RITA HOVINK
"TOEN KWAM JIJ"




Nooit meer, nooit meer,
dacht ik, hij komt nooit meer.
Nooit meer, nooit meer,
en zo zou het blijven.

Ik was alleen,
en de twijfel werd al zekerheid.
Het leek een feit,
zonder jouw verloren strijd.
Zonder jouw alleen.

Maar toen kwam jij,
toch weer bij mij.
En ik zei niets van alles wat ik bedacht had.
Toen kwam jij,
toch weer bij mij
Was de droom,
het geluk waarop ik gewacht had.
'k Weet nu dat je blijft.

Liefde, wat is er dwazer dan liefde.
Wachten, wachten, het lijkt meestal zinloos.
Niemand weet, wat een ander soms bewegen kan.
Hij volgt z'n hart,
en hij denkt: ik moet nu gaan.
Jij was weg voor altijd.

Toen kwam jij,
toch weer bij mij.
En ik zei niets van alles wat ik bedacht had.
Toen kwam jij,
toch weer bij mij.
Was de droom,
het geluk waarop ik gewacht had.
'k Weet nu dat je blijft.

Toen kwam jij,
toch weer bij mij.
En ik zei niets van alles wat ik bedacht had.
Toen kwam jij,
toch weer bij mij.
Was de droom,
het geluk waarop ik gewacht had.
'k Weet nu dat je blijft.